VERBETEN GELOVEN

15
jan

2 Koningen 4 : 8 – 37

In de koningentijd is het ene rijk van David en Salomo uiteen gevallen in het noordrijk (Israël, Samaria) en zuidrijk (Juda). De koningen van Israël roepen een eigen eredienst in het leven. Koning Achab gaat zelfs andere goden dienen (Baäl) en vermoordt de priesters van de HERE. In zijn tijd staat Elia op (vanaf 1 Koningen 17). Zijn opvolger is Elisa (1 Koningen 19:19-21 en 2 Koningen 2). De wonderen van Elia en Elisa zijn zo buitengewoon, dat wel van ‘profetenlegenden’ gesproken wordt. Een andere verklaring ligt meer voor de hand. In een tijd van grote afval zijn Elia en Elisa tekenen van God, torens in hun tijd. Zij zeggen: ‘Wil je bij de HERE God zijn, dan moet je bij ons zijn!’ 
Over de Sunamitische vrouw. Uit alles blijkt dat zij een wilskrachtige en doortastende vrouw is: 

  • Ze nodigt Elisa niet maar uit om te blijven eten, maar oefent een sterke aandrang op hem uit. 
  • Als ze vaststelt dat Elisa werkelijk heilig is, laat ze een gemeubileerde dakkamer voor hem bouwen, zodat hij niet onder het ‘gewone’ volk hoeft te slapen.  
  • Als haar kindje gestorven is, gaat ze geheel op eigen initiatief naar de profeet en voorkomt ze dat haar kind in de tussentijd begraven kan gaan worden. 
  • In haar omgang met Elisa is ze heel eerbiedig, maar niet kruiperig. Waardig en enigszins zelfbewust zegt ze: ‘Ik leef te midden van mijn volk.’ Als de profeet haar belooft dat ze moeder zal worden, zegt ze: ‘Nee, waarde godsman, spiegel me toch niets voor.’ (Waarom zegt ze dat?) Als Elisa na de dood van haar zoon Gechazi stuurt, neemt ze daar geen genoegen mee. De profeet zelf moet komen, ‘in Gods naam!’  

Een krachtige vrouw, de Sunamitische. Vooral ook heeft ze een krachtig, een verbeten geloof. In de nood van haar leven klampt ze zich vast, bijt ze zich als een pitbull vast in de man van God. 
Over Elisa. Elisa is een gewoon mens, net als wij, maar tegelijk zo vol van Gods heilige kracht, dat hij bijna van een andere orde is. De vrouw noemt hem ‘een heilige man van God’. Dat verklaart waarom:

  • de vrouw – bijna steeds – eerbiedige afstand houdt; 
  • Elisa via Gechazi met de vrouw communiceert; 
  • Elisa welhaast op eigen gezag  kan toezeggen dat deze vrouw een zoon krijgt;
  • Elisa verbaast is als hij niet weet wat er met het kind gebeurd is (hij leefde klaarblijkelijk in een permanent-open verbinding met God!); 
  • de vrouw niet alleen zweert bij de naam van de HERE, maar ook bij de naam van de profeet (Zo waar de HERE leeft en zo waar U leeft!) 
  • de vrouw tegen Elisa zegt wat Mozes tegen de HERE zei: ‘Wij trekken niet op als U niet met ons meegaat.’ 
  • Elisa de kracht, de Geest die in hem is naar het lijkt fysiek kan meedelen aan het kind. 

Ik zie in Elisa een voorgestalte van de Here Jezus in het Oude Testament. Zelfs de namen zijn bijna hetzelfde: Elisjahoe (God redt) en Jehoshoea‘, (de HERE redt). Om het heel scherp te zeggen: wat Elisa voor de vrouw is, is Jezus voor ons. Dan kan dit wonderbare verhaal in meer dan een opzicht heel dichtbij komen. Om te beginnen wordt het wonder van Elisa een plaatje van wat Jezus voor ons deed. Zoals Elisa het jongetje bedekte, punt voor punt, overbelichte, zo heeft Jezus cel voor cel, gen voor gen ons menszijn aangenomen. Hij is ons in alles gelijk geworden (Heb. 2:17), is net als wij in alle verzocht geweest, maar zonder te zondigen.’ (Heb. 4:15). Hij vereenzelvigt zich met ons sterfelijke leven, opdat wij een worden met zijn verheerlijkte leven. Verg. Joh. 6:53-54. En zoals Elisa’s leven overvloeit in dat van de jongen, zo moeten we Jezus’ leven in ons laten overvloeien, door een te worden met zijn verbroken lichaam, zijn vergoten bloed. Maar ook kan de omgang van de vrouw met Elisa en het vertrouwen dat zij in hem stelt een plaatje worden voor onze relatie met de Here Jezus. 

Krachtig leven is ook verbeten geloven, volhardend geloven. Tegen de stroom in… Tegen het soms zo weerbarstige en oneerlijke leven in… Bij Hem moet ik zijn. In het vertrouwen dat dit niet vergeefs is. Alleen Hij kan voor mij, voor ons, de wereld een bron van leven zijn.