Van mens en dier en dierenwelzijn

08
okt

Ds. Jan Mudde

Mensen zijn niet zelden heel wreed tegen dieren. Ze laten dieren op elkaar losgaan (hanen- en hondengevechten) of gaan zelf op dieren los (ganstrekken, stierenvechten). Ook het gebruik van dieren ten behoeve van het menselijke welzijn gaat vaak in hoge mate ten koste van het welzijn van het dier (angorawol, bio-industrie).

De Bijbel geeft in Genesis 1 en 2 een plaatje van hoe de relatie bedoeld is. Mensen worden voor het dier verantwoordelijk gesteld. Dieren hebben mensen nodig en andersom. Ook die relatie is echter door de zonde beschadigd. God zelf doet (Gen. 3:21) een concessie als hij de mens kleedt in een dierenhuid; een mens mag overleven, ook al gaat het ten koste van het dier. Maar zo was het oorspronkelijk niet bedoeld.

Dieren zijn kostbaar voor God. Hij heeft ook met hen een relatie. Psalm 104 plaatst de mensen tussen de andere levende wezens op aarde; niet aan de top van een pyramide zoals in Genesis 1, maar als een van de vele schepselen die van de adem van God leven. Wet- en regelgeving in de Torah heeft ook betrekking op dieren: de sabbat, het verbod om roofbouw te plegen op een vogelnest (Deut. 22:6-7). Een rechtvaardige is goed voor zijn vee, lezen we bovendien in Spreuken 12:10. Voor wilde en tamme dieren is ook een plek op de nieuwe hemel en aarde (Jes. 11:6-9). Jezus liep hierop vooruit, Hij leefde in de woestijn te midden van de wilde dieren (Mar.1:13b).

De aarde is niet alleen ons domein, maar ook van zijn andere schepselen. Het perspectief dat de Bijbel geeft betreft een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wij kunnen daar naartoe werken, door het welzijn van dieren ter harte te nemen.

Wat betekent dit voor uw, voor jouw keuzes? Zijn we bijvoorbeeld bereid meer voor vlees e.d. te betalen wanneer dat het welzijn van dieren ten goede komt?