Media

Maandag 19 april


Verband

Dit hoofdstuk heeft een heel persoonlijke touch, meer dan de voorafgaande.

Even de link met het voorafgaande: wij, heidenen uit de volken, zijn dankzij de dood van Jezus Christus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God!

Tegen de achtergrond van dit grote plan van God komt Paulus over zichzelf te spreken. Het is vanwege dit plan dat hij, een Jood, iets met heidenen heeft. Hij bidt voor hen, heeft een bediening met het oog op hen, lijdt ter wille van hen. Hij geeft er ook een verklaring voor waarom dit opeens volop gaande is en hoe hij hierbij betrokken is geraakt.

In dit hoofdstuk bereikt de lofprijzing van Paulus op het machtige werk van God, dat Hij in Christus voltooid en middels de kerk alom bekend maakt zijn absolute hoogtepunt.

De insteek bij het lezen van dit hoofdstuk zou kunnen zijn: die bijzondere bediening van Paulus, wat kunnen wij daar persoonlijk en als kerk van Christus van leren?

Maandag 19 april

Efeziërs 3:1–2

Daarom is het dat ik, Paulus, gevangene omwille van Christus Jezus, voor u, heidenen, bid. U moet toch wel gehoord hebben dat God mij de taak heeft toevertrouwd om de genade door te geven die mij met het oog op u geschonken is.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Paulus, een gevángene omwille van Christus Jezus (zie ook 4:1) …. Paulus had nog veel meer voor Christus over (zie 2 Korintiërs 11:23–28). En wij?
  • Een Jood die voor heidenen bidt, het is hoogst opmerkelijk. Die gebedsbediening raakt overigens ook ons: zie 1 Timotheüs 2:1–4.
  • ‘Gods genade uitdelen’, daar komt heel Paulus’ bediening op neer. Daar komt de bediening van de kerk in deze wereld op neer. Zou je dat ook zo gezegd hebben? Waarom wel/niet?
2011-03-13-11h26m52.jpg
 

Route | Contact | Over deze site