Media
Dinsdag 13 april
Efeziërs 2:4–7
Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, heeft Hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered. Hij heeft ons samen met Hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus. Zo zal Hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe overweldigend rijk zijn genade is, hoe goed Hij voor ons is door Christus Jezus.
Een gedachte
Twee beelden komen me bij deze verzen voor ogen. Dat van een kansloze, volstrekt machteloze drenkeling die wegzinkt in het kolkende water en door een ander gered wordt van een gewisse dood. En – aanhakend bij dat woord ‘toorn’ uit het vorige vers – dat van een rechtszaak. Een ter dood schuldige, een rechtvaardige rechter, een vonnis dat weerklinkt en derde die het vrijwillig ondergaat.
- Apart, het vorige vers sprak over Gods toorn, nu spreekt Paulus over zijn diepste drijfveren: zijn grote barmhartigheid en liefde. Toorn en liefde, hoe rijm je dat?
- Hoe moet ik me dat voorstellen: samen met Christus uit de dood opgewekt worden, samen met Christus een plaats hebben in de hemelsferen?
- We hebben – nu al – in Christus Jezus een plaats in de hemelsferen. We zijn in principe dus zo vrij als een vogeltje in de lucht. Beleef je dat ook zo?
