Media
Donderdag 8 april
Efeziërs 1:9–14
Hij heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht dit mysterie onthuld: zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus. In Hem heeft God, die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt, ons de bestemming toebedeeld om vanaf het begin onze hoop te vestigen op Christus, tot eer van Gods grootheid. In Hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in Hem bent u, door uw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is als voorschot op onze erfenis, opdat allen die Hij zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid.
Mogelijke aandachtspunten:
- Heb je een idee waarom Paulus van ‘een mysterie’ spreekt?
- Wat Paulus hier aan de orde stelt is van het allergrootste belang voor de manier waarop je tegen de geschiedenis aankijkt en waarop je het verstrijken van de tijd beleeft. De bioloog Midas Dekkers zegt: ‘De aarde draait. Het leven leeft. En sterft. Het komt nergens vandaan en het gaat ook nergens heen. …’ Een ongelooflijk deprimerende kijk op het leven. Midas Dekkers kent helaas geen God ‘die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt’. Maar alles in de Bijbel zegt ons: Er is een God en die is met deze wereld begonnen en Hij zal plan met deze wereld voltooien en de naam Jezus Christus is de hele samenvatting van dit plan. We komen ergens vandaan en we gaan ergens naar toe, halleluja!
- Bij deze verzen past heel goed wat in Filippenzen 2:9–11 te lezen staat.
- Alles in het Nieuwe Testament spits zich toe op het moment dat Christus alles in allen is en dat alles onder zijn voeten gesteld is. Spitst alles in ons zich ook toe op dat moment?
- Alles is tot eer van God: Soli Deo Gloria. Ons leven ook?
Uitgelicht
We zijn: ‘gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is als voorschot op onze erfenis, opdat allen die Hij zich heeft verworven verlost zullen worden’
Niet alleen hier, maar ook in 2 Korintiërs 1:22 en 5:5 wordt de heilige Geest een voorschot genoemd. Dat woord ‘voorschot’ (arraboon in het Grieks) is een term uit de handel. Nadat een deal gesloten is, wordt alvast een voorschot gegeven om de ander te verzekeren dat het overige, nog ontbrekende deel zeker volgen zal. Bij deze manier van spreken sluit aan dat Paulus de Geest in Romeinen 8:23 ‘een eerste gave’ noemt.
Ik denk dat het woord ‘voorschot’ een heel belangrijk woord is.
Er zitten in ieder geval twee kanten aan.
De eerste is: mensen, in principe zijn we binnen! We zijn schatrijk, want het voorschot hebben we al, dus de rest komt dus zeker (zie woensdag 7 april)! De gave van de Geest (dat is God zelf!) is er de krachtigste verzekering van dat Hij ons al het andere dat Hij beloofd heeft ook zal geven.
Tegelijk zit er een andere kant aan en die komt ook in het woord erfenis tot uiting. Zie voor dat woord erfenis ook Efeziërs 1:18, Kolossenzen 3:24 Hebreeën 9:15 en 1 Petrus 1:4. En Romeinen 8:16–17 mag je ook niet missen.
Je bent erfgenaam, dat wil zeggen, het staat zwart op wit dat de erfenis jou toekomt, maar … dat betekent niet dat je al vrij over de erfenis kunt beschikken. En je kunt de arraboon in je pocket hebben, maar het resterende deel moet je nog ontvangen. De totaalsom en de erfenis vallen je op een later tijdstip ten deel. En nu leef je in afwachting van dat moment. En dat betekent dat je enerzijds schatrijk bent en er anderzijds soms nog als een zwerver uit kunt zien.
Dat is het grote spanningsveld waarin een christen leeft, het spanningsveld tussen het ‘reeds’ en ‘nog niet’. Een Bijbelgedeelte waarin dit spanningsveld in al zijn hevigheid merkbaar wordt is Romeinen 8:14–30.
Een vraag: Sommige christenen benadrukken heel sterk het ‘reeds’ (alsof de hemel al op aarde is) en sommige christenen benadrukken juist het ‘nog niet’ (alsof er nog niets van de hemel op aarde is). Welke houding spreekt jou het meeste aan?
Â
