Gedempte Oude gracht 61 023-5311746 info@wilhelminakerk.nl
Link naar Wilhelminakerk Link naar jongeren Link naar commissies Link naar archief
Foto-archief-07.jpg

Media

Hier vind je een verzameling van eerdere verslagen en foto's. Ook kun je hier diensten nabestellen en links van de Wilhelminakerk bekijken.

Missionair jeugdwerker

De Wilhelminakerk en de Petrakerk in Heemstede hebben per 1 oktober 2010 een missionair jeugdwerker aangesteld. Hieronder stelt Daniël van Beek zich voor:


Zaterdag 15 mei

Efeziërs 6:18–24 (2)

Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen. Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden wanneer ik verkondig, zodat ik met vrijmoedigheid het mysterie mag openbaren van het evangelie waarvan ik gezant ben, ook in de gevangenis. Bid dat ik daarbij zo vrijmoedig spreek als nodig is.

Opdat ook u weet hoe ik het maak, zal Tychikus, onze geliefde broeder, die zo trouw de Heer dient, u alles vertellen. Juist met dit doel stuur ik hem naar u toe, om u over onze omstandigheden in te lichten en om u moed in te spreken.

Vrede zij met de broeders en zusters, en liefde en geloof, van God, de Vader, en van Jezus Christus, de Heer. Genade en onvergankelijkheid zij met allen die onze Heer Jezus Christus liefhebben.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Is het je wel eens opgevallen dat Paulus werkelijk nooit iets voor zichzelf vraagt in de Bijbel? Hij vraagt niet om gezondheid, niet om geluk, al helemaal niet om rijkdom. Maar waar hij wel steeds om vraagt is … gebed. Niet maar één keer, maar herhaaldelijk. Zie ook Romeinen 15:30–32; Kolossenzen 4:3; 1 Thessalonicenzen 5:25; 2 Thessalonicenzen 3:1–2. Heb je een idee waarom Paulus zoveel voor zichzelf laat bidden?
  • Paulus is heel specifiek in wat hij vraagt. Twee keer vraagt hij dat hij vrijmoedigheid krijgt en twee keer vraagt hij dat hem de juiste woorden gegeven worden. Hij weet wat hij nodig heeft, hij weet waar anderen voor moeten bidden. Ik vraag me af: weten wij wat we nodig hebben om in deze samenleving een getuige van Christus te zijn en vragen wij anderen vervolgens ook om daarvoor te bidden? Kunnen we daar de komende week specifiek in zijn?
  • Wat denk je van de volgende stelling: Voor Paulus is bidden niet allereerst een middel om zijn persoonlijke wensen vervuld te krijgen, maar een middel in Gods plan.
  • Wat mij opvalt is, dat Paulus’ gebedsverzoeken zich helemaal bewegen op het niveau van het gebed dat Jezus ons leerde, het Onze Vader. Er zijn christenen die dat vrijwel nooit meer bidden, het zou te veel een formuliergebed en te weinig persoonlijk zijn. Hoe kijk jij daar tegenaan?
  • Aardig, juist als je je als broers en zussen met elkaar verbonden weet, wil je ook weten hoe het met de ander gaat.
  • Hoe komt het dat wij bij het begroeten en bij afscheidswoorden zo beschroomd zijn om Gods naam te noemen, terwijl de Bijbel daar dan zoveel vrijmoedig gebruik van maakt?

Vrijdag 14 mei

Efeziërs 6:18–20 (1)

Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen. Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden wanneer ik verkondig, zodat ik met vrijmoedigheid het mysterie mag openbaren van het evangelie waarvan ik gezant ben, ook in de gevangenis. Bid dat ik daarbij zo vrijmoedig spreek als nodig is.

Toelichting

Komende week is het de week voor Pinksteren. Dan komen we ’s avonds in de kerk bij elkaar om te bidden. Daarmee willen we ons voorbereiden op Pinksteren. Vandaar, dat ik bij de bovenstaande verzen vandaag en morgen wil stilstaan en er de nodige vragen bij wil stellen. Die kunnen ons misschien helpen om volgende week de goede houding en woorden te vinden.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Welk verband kan er zijn tussen de geestelijke strijd waarover Paulus het in het voorafgaande heeft en de uitvoerige oproep tot gebed?
  • Wat kan dat betekenen: ‘Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt’? Kan er een directe verbinding zijn met het voorafgaande (het zwaard van de Geest zijn de woorden van God)? In dat geval betekent dit vers, dat je je in je gebed afstemt op wat Jezus ons leerde. Of moet je denken aan wat er staat in Romeinen 8: 26–27?
  • Dat de Geest een belangrijke rol speelt, juist bij hoe wij God aanspreken, blijkt heel mooi uit Romeinen 8:15 en Galaten 4:6!
    Dat woordje ‘voortdurend’ (vergelijk 1 Thessalonicenzen 5:17), welke invulling geef je dat in jouw leven?

Donderdag 13 mei

Efeziërs 6:14–17

Houd stand,
met de waarheid als gordel om uw heupen,
de gerechtigheid als harnas om uw borst,
de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten,
en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven.
Draag als helm de verlossing
en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden.

Mogelijke aandachtspunten:

De beste handleiding die de Bijbel biedt om staande te blijven in de geestelijke strijd. Gebruik er je eigen inlevings- en voorstellingsvermogen maar bij.

Woensdag 12 mei

Efeziërs 6:10–13

Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen. Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden.

Toelichting

Ruud Lubbers, de oud-premier, was een tijdlang hoge-commissaris voor de vluchtelingen. In die functie reisde hij van Burundi naar Somalië en van Afghanistan naar Tanzania en overal ontmoet hij ontheemde mensen, bange mensen, mensen die de hel op aarde hebben meegemaakt en met verschrikkelijke herinneringen aan moordpartijen, verkrachtingen en andere gruweldaden. In een interview met Paul Rosenmöller zei hij toen iets wat je een Nederlandse politicus zelden of nooit hoort zeggen. Hij zei: ‘Ik gebruik tegenwoordig woorden die ik vroeger niet gebruikte. De duivel is onder ons. Ik heb het gevoel dat ik in mijn werk vecht tegen diabolische dingen.’

In de Bijbel is de satan een verschrikkelijke realiteit. Jezus heeft heviger dan enig ander met de satan gestreden (Mattheüs 4: 1–11; 6:13; 8:28–34; 12:14–15; 16:1; 16:23; Lukas 22:3; 22:31). Maar ook de gemeente en de individuele gelovigen hebben met de satan te maken. Om een paar teksten te noemen: Handelingen 5:3; 1 Korintiërs 7:5; 2 Korintiërs 12:7; 1 Thessalonicenzen 2:18; 1 Timotheüs 5:15; 1 Petrus 5:8; Openbaringen 12:13–18.

Blijkens wat Paulus in Efeziërs 6 over de satan schrijft is het een enorme macht. Hij is als een brullende leeuw, die door de jager is aangeschoten, maar juist daardoor gevaarlijker is dan ooit. En de satan heeft maar één doelstelling: mensen weghouden bij Christus, afhalen van Christus. Hij is niet gespecialiseerd in bezetenheid en occulte zaken, maar in het mensen vervreemden van God, opstoken tegen God. Daarin is hij onvoorstelbaar bedreven.

Een christen is een drager van de vrede. Er is er maar één met wie de christen permanent op voet van oorlog verkeerd: de boze.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Het eerste vers, grijpt rechtstreeks terug op Efeziërs 1:20. Daar vroeg ik waarin de overweldigend grote en krachtige werking van Gods macht volgens jou tot uiting komt. Hier vind je een antwoord op die vraag. In het weerstaan van boze machten in deze wereld. Uit de woorden die Paulus hier gebruikt blijkt immers, dat die gigagroot zijn? Dus hebben we Gods gigagrote kracht nodig om hen te weerstaan.
  • Voor veel mensen is de duivel een verzinsel uit de oude doos om kleine kinderen bang te maken en zoet te houden. Maar jij? Geloof je dat hij er is? Niet zo van ‘Hij zal wel bestaan, denk ik’, maar ‘Ik ben me er terdege van bewust dat hij er is, ik houd daar rekening mee.’?
  • Ervaar jij in jouw leven de keiharde strijd tegen de listen van duivel? Hoe? En hoe wapen jij je daartegen?

Dinsdag 11 mei

Efeziërs 6:5–9

Slaven, gehoorzaam uw aardse meester zoals u Christus gehoorzaamt, met ontzag, respect en oprechtheid; niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar als slaven van Christus die van harte alles doen wat God wil. Doe uw werk met plezier, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen, want u weet dat allen door de Heer beloond worden voor het goede dat ze doen, zowel slaven als vrije mensen. Meesters, behandel uw slaven op dezelfde manier. Laat dreigementen achterwege, want u weet dat zij en u dezelfde Heer in de hemel hebben, en dat hij geen onderscheid maakt.

Mogelijk aandachtspunten:

  • Heel bijzonder, van de gemeenten maakten dus heren en slaven deel uit … Vooral slaven overigens zullen van de gemeente deel uitgemaakt hebben (zie 1 Korintiërs 1:26). Kun je daar een verklaring voor geven?
  • Voor andere tekstgedeelten over dit thema: Kolossenzen 3:22–4:1;Titus 2:9–10; 1 Petrus 2:18–25.
  • De Bijbel predikt geen Franse revolutie. De Bijbel predikt de revolutie van de liefde. Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.
  • Zijn er christenen in situaties waarop dit Bijbelgedeelte nog steeds van toepassing is?
  • Merk je dat de Bijbel de verhoudingen zoals die in de samenleving enerzijds intact laat, anderzijds totaal op zijn kop zet? (Vergelijk Galaten 3:28 en Kolossenzen 3:11)

Maandag 10 mei

Efeziërs 6:1–4

Kinderen, wees gehoorzaam aan je ouders uit ontzag voor de Heer, want zo hoort het. ‘Toon eerbied voor uw vader en moeder,’ dat is het eerste gebod waaraan een belofte verbonden is: ‘Dan zal het u goed gaan en zult u lang leven op aarde.’ Vaders, maak uw kinderen niet verbitterd, maar vorm en vermaan hen bij het opvoeden zoals de Heer dat wil.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Wat vind je ervan dat de Bijbel hier het thema ‘opvoeding’ aankaart. Is dat niet te alledaags voor zo’n verheven boek?
  • Wat vind je van hetgeen Paulus hier tegen de kinderen zegt?
  • Wat vind je van hetgeen Paulus hier tegen de pater familias zegt? Mocht je zelf vader (of moeder) zijn, kun je er wat mee? Spreekt het je aan?
  • Voor wie overigens diep wil duiken in hetgeen de Bijbel over de opvoeding zegt, wil ik lezing van het Spreukenboek aanbevelen.

Zaterdag 8 mei

Efeziërs 5:22–32 (2)

Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer, want een man is het hoofd van zijn vrouw, zoals Christus het hoofd is van de kerk, het lichaam dat hij gered heeft. En zoals de kerk het gezag van Christus erkent, zo moeten vrouwen in ieder opzicht het gezag van hun man erkennen. Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven om haar te heiligen, haar te reinigen met water en woorden en om haar in al haar luister bij zich te nemen, zodat ze zonder vlek of rimpel of iets dergelijks zal zijn, heilig en zuiver. Zo moeten mannen hun vrouw liefhebben, als hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. Niemand haat ooit zijn eigen lichaam, integendeel: men voedt en verzorgt het, zoals Christus de kerk, want dat is zijn lichaam en wij zijn de ledematen. ‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één lichaam zijn.’ Dit mysterie is groot – en ik betrek het op Christus en de kerk. Maar ook voor elk van u geldt dat ieder zijn vrouw moet liefhebben als zichzelf, en dat een vrouw ontzag moet hebben voor haar man.

Toelichting

Op meerdere plaatsen in het Nieuwe Testament wordt Jezus de bruidegom genoemd (Mattheüs 9:15; 25:1vv). En door Hem de bruidegom en zijn gemeente de bruid te noemen, wordt dat beeld op een prachtige manier verrijkt en verdiept. Zie Johannes 3:29, Openbaringen 21:2, 9 en 22:17. Het beeld van de relatie tussen man en vrouw is bij uitstek geschikt om aan te duiden hoe intens en intiem de relatie tussen Christus en zijn gemeente is, hoeveel Christus van de gemeente houdt, en hoezeer bruidegom en bruid naar elkaar verlangen.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Gebruik deze tekst eens is om te mediteren over de relatie tussen Christus en de gemeente, Christus en jóúw gemeente.

Vrijdag 7 mei

Efeziërs 5:22–32 (1)

Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer, want een man is het hoofd van zijn vrouw, zoals Christus het hoofd is van de kerk, het lichaam dat hij gered heeft. En zoals de kerk het gezag van Christus erkent, zo moeten vrouwen in ieder opzicht het gezag van hun man erkennen. Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven om haar te heiligen, haar te reinigen met water en woorden en om haar in al haar luister bij zich te nemen, zodat ze zonder vlek of rimpel of iets dergelijks zal zijn, heilig en zuiver. Zo moeten mannen hun vrouw liefhebben, als hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. Niemand haat ooit zijn eigen lichaam, integendeel: men voedt en verzorgt het, zoals Christus de kerk, want dat is zijn lichaam en wij zijn de ledematen. ‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één lichaam zijn.’ Dit mysterie is groot – en ik betrek het op Christus en de kerk. Maar ook voor elk van u geldt dat ieder zijn vrouw moet liefhebben als zichzelf, en dat een vrouw ontzag moet hebben voor haar man.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Vandaag wil ik eerst proberen je een beetje over je mogelijke weerstand tegen deze tekst heen te helpen. Deze weerstand is overigens puur Westers, want in Zambia en Malawi herkennen ze die van geen kant! Gebruik je fantasie eens en maak je even los van de hele emancipatiegedachte van onze samenleving. Ga in gedachten terug naar een antieke samenleving waarin mannen de pater familias zijn. Om je een handje te helpen: die samenleving lijkt beduidend meer op die in Arabië dan op die van ons. Besef hoe kwetsbaar vrouwen in die samenleving zijn. Ze hebben geen gelijke rechten en zijn fysiek minder weerbaar. Lees dan deze tekst opnieuw en probeer je voor te stellen wat deze met name voor gevolgen had voor de pater familias.
  • Is het niet geweldig: Paulus vult de relatie tussen man en vrouw tot aan de rand met die tussen Christus en zijn gemeente! Mannen, wees als Christus voor je vrouw (jullie weten wel, Christus die de voeten waste, Christus die alles voor zijn gemeente over had en voor haar aan het kruis ging)!! Vrouwen, wees als de gemeente tegenover je man (die zelf overigens ook deel uitmaakt van die gemeente J)!! Kun je begrijpen dat volgens mij een enorme zegen van deze woorden van Paulus is uitgegaan?
  • In onze geëmancipeerde samenleving wordt nogal laatdunkend over Paulus’ onderricht voor het huwelijk gedaan. Nu wil ik niet terug naar de antieke samenleving, en toch geloof ik dat Paulus’ onderricht nog steeds van grote betekenis is, ook voor geëmancipeerde mensen. Hoe?

Zaterdag 24 april

Efeziërs 3:20–21

Aan Hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, aan Hem komt de eer toe, in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle generaties, tot in alle eeuwigheid. Amen.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Paulus pakt hier de gouddraad die door Efeziërs 1 gesponnen is weer op: de eer van God (1:6, 12 en 14). Alles is tot eer van God, tot het verheffen van de grootheid van de luister van zijn onvolprezen Naam.
  • Het woord doxa (eer) kwam ook in 3:13 voor: ‘daaraan kunt u eer (doxa) ontlenen.’ Heel bijzonder: God komt toe alle eer, en tegelijk, God wil ook mensen tot eer brengen, tot aanzien en luister verheffen. Gods eer is, dat wij delen in zijn grootheid, zijn eer en luister, ja in zijn goddelijke natuur (Johannes 17:21 en 22; Romeinen 8:17b; Filippenzen 3:20 en 21; 2 Petrus 1:4)! Hiervan ga je stamelen, hiervan ga je gewoon in tongen spreken met een taal die het verstand te boven gaat.

Vrijdag 23 april

Efeziërs 3:14–19

Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. Moge Hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door jullie geloof Christus kan gaan wonen in jullie hart, en jullie geworteld en gegrondvest blijven in de liefde. Dan zullen jullie met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat jullie zullen volstromen met Gods volkomenheid.

Mogelijke aandachtspunten:

  • De taal van deze verzen is gedragen, de woorden zijn rijk en betekenisvol. Deze verzen worden wel het hoogtepunt van de brief genoemd. Kun je dat begrijpen?
  • Paulus buigt zijn knieën – wat drukt die geknielde houding uit? Ga jij wel eens op de knieën?
  • Paulus’ kniebuiging gaat gepaard met een aantal beden voor ál zijn lezers. Woord voor woord is van betekenis, maar zie je dat alles is gericht op de inwoning en kennis van Christus? En zie je dat het er niet om te doen is dat Christus alleen woont in míjn hart, maar dat het om iets nog veel groters gaat?
  • ‘Geworteld en gegrondvest in de liefde’, dat zijn twee verschillende beeldspraken. Proef je de beide betekenisnuances?
  • Die beden zijn door Jan Wit op ongeëvenaarde wijze onder woorden gebracht. Zou je nu eerbiedig op de knieën willen gaan en die woorden van Gezang 95 als een gebed willen uitspreken?

Nu bidden wij met ootmoed en ontzag
de Vader aan, wiens naam aan elk geslacht
in hemel en op aarde aanzijn gaf,
dat, naar zijn heerlijk wezen,
Hij ons de kracht des Heil’gen Geestes geve
en de Messias bij ons intrek neme.
Zijn liefde is de grondslag van ons leven,
de oorsprong van ons hart.

Dan zullen wij met alle hei’lgen saam
in 't morgenlicht op hoge tinnen staan
en hoogte en diepte, lengte en breedte van
Gods heil doormeten mogen.
Dan kennen wij de liefde uit den hoge,
al gaat zij verre het verstand te boven.
Wij zullen tot de volle wasdom komen
in Gods verheven naam.

Hem nu die in ons werkt en ons geleidt,
die verder gaat dan al ons bidden reikt
en meer is dan ons diepste denken peilt,
zij heerlijkheid en glorie
in de gemeente die Hij heeft verkoren,
in elk geslacht dat van zijn naam zal horen,
door Jezus Christus, nu gelijk tevoren

en tot in eeuwigheid.


Donderdag 22 april

Efeziërs 3:10–13

Zo zal nu door de kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen, naar het eeuwenoude plan dat Hij heeft verwezenlijkt in Christus Jezus, onze Heer, in wie wij vrijelijk toegang hebben tot God, vol vertrouwen door ons geloof in Hem. Ik vraag u dan ook de moed niet te verliezen wanneer ik lijd omwille van u, want daaraan kunt u eer ontlenen.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Ook hier spreekt Paulus, net als in Efeziërs 1:21, over ‘hemelse vorsten en heersers’. In de hemelsferen, in de onzichtbare wereld die ontoegankelijk voor ons is, speelt zich veel af wat tegelijk van grote betekenis is voor ons hier op aarde. Grote machten en krachten zijn daarin werkzaam en soms trekt de Bijbel even het gordijn tussen ons en die wereld weg, zoals in het Bijbelboek Daniël 10:12–21 en de Openbaringen aan Johannes. Zijn we ons die wereld bewust?
  • Is het niet verbijsterend: ‘door de kerk zal de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen’! Degenen die Christus kennen en toebehoren hebben een voorsprong op die giga-grote machten en krachten die God geschapen heeft om middels hen het heelal te regeren en zijn plannen te volvoeren! Zij hebben deel aan ‘geheimen waarin zelfs engelen graag zouden doordringen’ (1 Petrus 1:12). Adembenemend, de zwakke, zondige mens is uitverkoren om de vorsten en heersers in de hemelsferen Gods wijsheid te openbaren. Is dat niet kenmerkend voor God? Altijd weer verkiest Hij het kleine, het onaanzienlijke, opdat hetgeen groot en machtig is zichzelf niet verheffen zal.
  • Ik vraag u dan ook de moed niet te verliezen wanneer ik lijd omwille van u, want daaraan kunt u eer ontlenen. Wat kan daarmee bedoeld zijn?

Woensdag 21 april

Efeziërs 3:7–9

Van dat evangelie ben ik een dienaar geworden door de gave van Gods genade, die ik ontvangen heb door zijn kracht die in mij werkt. Mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade geschonken om de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te verkondigen, en voor allen in het licht te stellen hoe het mysterie dat in alle eeuwen verborgen was in God, de schepper van het al, werkelijkheid wordt.

Mogelijke aandachtspunten:

  • De verkondiging van het mysterie van God in deze wereld gaat niet buiten mensen om. Paulus is een medewerker van God (1 Korintiërs 3:9). Jij bent het ook …
  • Wie door allerhoogste God ingeschakeld wordt, in welke functie dan ook, wordt geen baasje maar  is … een dienaar (zie Mattheüs 23:8–11).
  • Zie je dat Paulus deze dienst in algehele afhankelijkheid van God vervult? Zijn roeping is een gave van God, die hij door de kracht van God volbrengt kan. Hier vallen allerlei lijntjes naar onszelf door te trekken.

Dinsdag 20 april

Efeziërs 3:3–6

Mij is in een openbaring het mysterie onthuld waarover ik hiervoor in het kort heb geschreven. Aan de hand daarvan kunt u zich, wanneer u dat leest, een beeld vormen van mijn inzicht in dit mysterie van Christus. Het is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld, maar nu door de Geest geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten: de heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis, maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, op grond van het evangelie.

Mogelijke aandachtspunt:

  • Paulus heeft een apokalyps, een openbaring van God gehad (zie Handelingen 9:1–20 en Galaten 1:11–16). Verreweg de meeste mensen moeten het zonder een dergelijke apokalyps doen. God spreekt niet rechtstreeks tot hen, maar via anderen. Dat kun je ondemocratisch vinden, maar zo werkt God nu eenmaal. Waarom eigenlijk?

Uitgelicht

Gods plan in Christus is een mysterie, een geheim, een verborgenheid. Omdat dit een moeilijk punt is, geef ik er iets meer toelichting bij.

Paulus spreekt, net als in 1:9 over een ‘mysterie’, niet om geheimzinnig te doen, zo van ‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet.’. Ook niet om het geloof te maken tot iets dat alleen voor een eliteclubje van uitverkorenen bestemd is.

Paulus spreekt over een mysterie, allereerst omdat het gaat om ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen’ (1 Korintiërs 2:9). Een God die in alle nederigheid mens onder de mensen is en sterft voor de zonden en schuld van de mensheid: dat is zo ongedacht, zo verbazingwekkend, daar kan alleen God zelf op komen. Een vraag: Herken je iets van die verwondering?

Maar Paulus spreekt ook over een mysterie, een geheim, omdat we nu nog in geloof leven en niet in aanschouwen (2 Korintiërs 5:7). We kijken nu nog in een wazige spiegel (1 Korintiërs 13:12). Wij zien nog niet dat Hem alles onderworpen is (Hebreeën 2:8) en wat wij zijn zullen, weten we niet (1 Johannes 3:2). Pas wanneer Christus verschijnt, zullen ook wij, samen met Hem, in luister verschijnen (Kolossenzen 3:4). Daarom is het geloof in Christus een aangevochten werkelijkheid. Niet iedereen kan het geloven, niet iedereen wil het geloven en ook wie het wel willen geloven, kennen soms aanvechtingen. Thomas zei: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ Waarop Jezus zei: ‘Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’ Een vraag: Herken je iets van die aanvechting?

Maandag 19 april

Verband

Dit hoofdstuk heeft een heel persoonlijke touch, meer dan de voorafgaande.

Even de link met het voorafgaande: wij, heidenen uit de volken, zijn dankzij de dood van Jezus Christus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God!

Tegen de achtergrond van dit grote plan van God komt Paulus over zichzelf te spreken. Het is vanwege dit plan dat hij, een Jood, iets met heidenen heeft. Hij bidt voor hen, heeft een bediening met het oog op hen, lijdt ter wille van hen. Hij geeft er ook een verklaring voor waarom dit opeens volop gaande is en hoe hij hierbij betrokken is geraakt.

In dit hoofdstuk bereikt de lofprijzing van Paulus op het machtige werk van God, dat Hij in Christus voltooid en middels de kerk alom bekend maakt zijn absolute hoogtepunt.

De insteek bij het lezen van dit hoofdstuk zou kunnen zijn: die bijzondere bediening van Paulus, wat kunnen wij daar persoonlijk en als kerk van Christus van leren?

Maandag 19 april

Efeziërs 3:1–2

Daarom is het dat ik, Paulus, gevangene omwille van Christus Jezus, voor u, heidenen, bid. U moet toch wel gehoord hebben dat God mij de taak heeft toevertrouwd om de genade door te geven die mij met het oog op u geschonken is.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Paulus, een gevángene omwille van Christus Jezus (zie ook 4:1) …. Paulus had nog veel meer voor Christus over (zie 2 Korintiërs 11:23–28). En wij?
  • Een Jood die voor heidenen bidt, het is hoogst opmerkelijk. Die gebedsbediening raakt overigens ook ons: zie 1 Timotheüs 2:1–4.
  • ‘Gods genade uitdelen’, daar komt heel Paulus’ bediening op neer. Daar komt de bediening van de kerk in deze wereld op neer. Zou je dat ook zo gezegd hebben? Waarom wel/niet?

Zaterdag 17 april

Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. Vanuit Hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de Heer, in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest.

  • Mogelijke aandachtspunten:
  • Paulus maakt gebruik van een beeldspraak die we vaker in de Bijbel tegenkomen, te weten die van een gebouw, een tempel zelfs. Vergelijk 1 Korintiërs 3:10–17; 1 Petrus 2:4–5.
  • Zie je de stap voorwaarts in de heilsgeschiedenis? Van Gods verblijf in het tempelgebouw ten tijde van het Oude Testament, naar Gods verblijf in de gemeente zelf? Op welke wijze kun je deze ontwikkeling verbonden aan Goede Vrijdag, Pasen, hemelvaart en Pinksteren?

Uitgelicht

‘In wie u samen opgebouwd wordt

tot een plaats waar God woont door zijn Geest.

Is het met de beleving van de kerkelijke feesten in Nederland niet als met een ketel kokend water die van het vuur gehaald wordt? Het kookpunt is Kerst. Het kolkt in de kerken van feestvreugde. Maar dan neemt de temperatuur rap af. Pasen leeft al niet meer zo als kerst. Hemelvaart is gewoon een mooie extra vrije doordeweekse dag en van het Pinksterfeest weten zelfs veel kerkleden niet waarom het gaat. De ketel die met Kerst nog kookte is inmiddels afgekoeld en het water is lauw geworden.

In de Bijbel is het precies omgekeerd. In het Oude Testament verbleef God in de tempel onder zijn volk, in het verborgene. En wee degene die zonder daarvoor toestemming te hebben tot God naderde! Het betekende zijn dood.

En het volk mocht niet naderen tot de berg Horeb, toen die in lichterlaaie stond, omdat God daarop was neergedaald (Exodus 19 en 20).

Maar dan komt Pinksteren …

Hoe kan het dat God – in tegenstelling tot oudtestamentische tijden – nu wel tot mensen naderen kan in al zijn kracht en luister? Hoe kan het dat Jezus’ leerlingen als de brandende braambos zijn, die brandde zonder verteerd te worden?

Dat kan alleen dankzij Kerst, Goede Vrijdag, Pasen en Hemelvaart.

Met Kerst vieren we dat God in zijn Zoon bij ons kwam wonen. Op Goede Vrijdag gedenken we dat Gods Zoon voor ons wilde sterven om het menselijke hart van zonde vrij te maken. Met Pasen vieren we dat God dit offer aanvaard heeft, en met hemelvaart dat Christus Heer is. En Christus’ eerste regeringsdaad vervolgens is, dat de heilige Geest op mensen uitgestort wordt en God in mensenharten gaat wonen.

Alles wat aan Pinksteren vooraf gaat, maakt de weg vrij voor Gods Geest om nu al een voorschot te nemen op wat eens in zijn volheid werkelijkheid zal worden: de volkomen vereniging van God en mens op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

Wat is het eigenlijk pijnlijk dat Pinksteren zo laag in de rangorde van christelijke feestdagen staat. Het is als een rode loper zonder podium, als een champions league zonder finale, als een vrijpartij zonder hoogtepunt. En als iets verklaart waarom veel kerken in West-Europa en Nederland zo’n uitgebluste en ongeïnspireerde indruk maken, dan is het, dat Pinksteren in de rangorde van christelijke feesten zo triest achteraan bungelt.

Veel kerken (en christenen) blijven qua beleving in Kerst, Goede Vrijdag of Pasen hangen. Maar zonder Pinksteren bereikt geen van deze heilshistorische momenten zijn bestemming. Ze zijn als de rode loper over welke God hoogstpersoonlijk het menselijke hart wil binnenschrijden. God wil in ons wonen, en Hij doet dat ook, nu al!

Vrijdag 16 april

Efeziërs 2:13–18

Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed. Want Hij is onze vrede, Hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen. Zo bracht Hij vrede en verzoende Hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden. Vrede kwam Hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: dankzij Hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Welke woorden hebben een heel prominente rol in deze verzen? Wat zeggen die over Gods heilspan en de betekenis die de Heer Jezus daarin heeft? Wat zeggen die over onze verhouding tot het volk Israël en omgekeerd de verhouding van het volk Israël tot ons?
  • Jezus maakte met zijn dood de twee werelden één en verzoende door het kruis de Jood en heiden beide in één lichaam met God. Overweeg de rol van Jezus’ kruisdood.
  • Jood en heiden hebben toegang tot de Vader! Hoe weinig vanzelfsprekend dit is mag blijken uit Mattheüs 27:51 en Hebreeën 4:14–16.

Gedachte

We leven anno 2010, dat is 1950 jaar nadat Paulus deze woorden schreef. Is het, juist in het licht van deze verzen, niet ontstellend om te beseffen wat de gemeente van Christus de Joden allemaal heeft aangedaan in de afgelopen eeuwen?

Laten we alles wat we de Joden hebben aangedaan als grote schuld belijden, tegenover het Joodse volk, maar niet minder tegenover God en zijn Zoon Jezus Christus.

Laten we ons diep verootmoedigen!

Donderdag 15 april

Efeziërs 2:11–12

Bedenk daarom dat u – u die eigenlijk door uw afkomst heidenen bent en onbesnedenen genoemd wordt door hen die door mensenhanden besneden zijn – bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden. U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God.

Verband

Weer opent Paulus een nieuwe dimensie: de heilshistorische, te weten de weg die de HERE in de loop van de tijd met de volkeren is gegaan. Hij koos één volk uit en alleen daarmee wilde Hij vertrouwelijk omgaan: Israël. Geen enkel ander volk was dit voorrecht beschoren, wij waren buitengesloten.

Mogelijke aandachtspunten:

  • ‘Bedenk daarom’, waarom zouden we onze afkomst moeten bedenken? En doe je dat wel eens?
  • Sta een stil bij de uitzonderlijke positie die het volk Israël in Gods plan heeft mogen bekleden en nog bekleed. Hoe kijk je tegen het huidige volk Israël aan?
  • Op welke verbondssluitingen doelt Paulus en welke beloften hoorden daarbij? Mogen we die op onszelf betrekken?

Woensdag 14 april

Efeziërs 2:8–10

Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan. Want Hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God mogelijk heeft gemaakt.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Genade, wat is dat eigenlijk?  Wat betekent het voor jou, dat je uit genade gered bent?
  • Alles is uit God, door God en tot God: je geloof, een nieuw leven, zelfs het goede dat je doet. Als ik zeg: ‘Daar word ik klein van, maar het is wel heel erg relaxed.’, herken je dat?

Gebed

U die mij geschapen hebt,
U wil ik aanbidden als mijn God,
In voor- of tegenspoed,
Uw liefde doet mij zingen.
U die mij geschapen hebt,
U wil 'k danken hoe ik mij ook voel
en U gehoorzaam zijn,
Heer U bent mijn doel.

(Opwekking 355)


Dinsdag 13 april

Efeziërs 2:4–7

Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, heeft Hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered. Hij heeft ons samen met Hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus. Zo zal Hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe overweldigend rijk zijn genade is, hoe goed Hij voor ons is door Christus Jezus.

Een gedachte

Twee beelden komen me bij deze verzen voor ogen. Dat van een kansloze, volstrekt machteloze drenkeling die wegzinkt in het kolkende water en door een ander gered wordt van een gewisse dood. En – aanhakend bij dat woord ‘toorn’ uit het vorige vers – dat van een rechtszaak. Een ter dood schuldige, een rechtvaardige rechter, een vonnis dat weerklinkt en derde die het vrijwillig ondergaat.

  • Apart, het vorige vers sprak over Gods toorn, nu spreekt Paulus over zijn diepste drijfveren: zijn grote barmhartigheid en liefde. Toorn en liefde, hoe rijm je dat?
  • Hoe moet ik me dat voorstellen: samen met Christus uit de dood opgewekt worden, samen met Christus een plaats hebben in de hemelsferen?
  • We hebben – nu al – in Christus Jezus een plaats in de hemelsferen. We zijn in principe dus zo vrij als een vogeltje in de lucht. Beleef je dat ook zo?

Maandag 12 april

Verband

In hoofdstuk 1 gaat het over wie Jezus Christus is en wat wij in Hem zijn. Dit hoofdstuk gaat het over wie wij zonder Christus waren en wat wij zonder Jezus Christus zijn: dood in onszelf en buitengesloten van de voorrechten waarin het volk Israël deelde. Tegelijk gaat Paulus erop in hóé we door Christus verlost zijn. Welke rol vervult God daarin, welke rol vervul jij daarin?

Zowel de ontdekking van wat we in Christus zijn (hoofdstuk 1), als de ontdekking van wat we zonder Christus waren (hoofdstuk 2), wil de verwondering en dankbaarheid versterken: ‘Kijk eens waar we wegkomen!!’ Om een vergelijking te gebruiken, een gouden medaille winnen op de Olympische Spelen is voor iedereen heel waardevol, maar het meest nog voor degene die afgeschreven was, jarenlang met blessures kampte, altijd tegenslag had. Dan vloeien de tranen pas echt …

Maandag 12 april

Efeziërs 2:1–3

U was dood door de misstappen en zonden waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn. Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander.

 

Mogelijke aandachtspunten:

  • U was dood … levende lijken waren we. Deze manier van spreken is niet Paulus’ spécialité de la maison. Jezus deed het ook (Lukas 15:24 en 32; Johannes 5:24; 6:53; 1 Johannes 3;14) Maar hoe kan de Bijbel dat nou zeggen van zoveel aardige, leuke mensen in deze wereld? Hoe kan de Bijbel dat nou zeggen van zoveel schattige baby’s en alleraardigste opa’s en oma’s!?
  • Paulus ziet in deze wereld de macht van de duisternis werkzaam: ‘de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn’. Zie jij dat ook zo? Zo ja, waarin zie je dat dan?
  • Over ‘Gods toorn’ wordt tegenwoordig niet zo vaak gesproken. Je maakt je er ook niet populair mee: God is toch liefde? Welke speelt ‘Gods toorn’ in jouw geloof? En wat is dat: bloot staan aan Gods toorn? Waarom staan we daaraan bloot en waaruit blijkt dat?

Zaterdag 10 april

Efeziërs 1:20–23

Die macht was ook werkzaam in Christus toen God Hem opwekte uit de dood en Hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige. Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en Hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk, die zijn lichaam is, de volheid van Hem die alles in allen vervult.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Er ligt een link tussen de eerste woorden en het voorafgaande vers. Gods macht die werkzaam is voor ons, en in ons die geloven was ook werkzaam in Christus toen Hij opstond uit de dood. Wow!
  • Met Pasen werd dus voor het eerst in deze wereld openbaar ‘hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is’. De werking van Gods macht is dus een heel eigensoortige. Het is niet de macht waardoor iemand hoger springt of dieper duikt. Het is ook niet de macht waardoor iemand met een IQ van 115 opeens een IQ van 145 heeft. Het is niet de macht waardoor iemand ‘better, stronger, faster’ is. Het is de macht die het dode tot leven wekt, het onheilige heilig maakt.
  • Beseffen we wel hoe groot Degene is die als kindje in de kribbe geboren werd en stierf aan het kruis?
  • Hij is het hoofd, de kerk is zijn lichaam. Om zo’n aanvoerder te hebben, tjonge. Maar ook, wat kan dat betekenen?

Vrijdag 9 april

Efeziërs 1:15–19

Daarom, en ook omdat ik gehoord heb over uw geloof in Jezus, de Heer, en over uw liefde voor alle heiligen, dank ik God onophoudelijk voor u en noem ik u in mijn gebeden. Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u Hem zult kennen. Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu Hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister van de erfenis is die de heiligen zullen ontvangen, en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Paulus geeft hier een inkijkje in zijn gebedsleven. Wat kenmerkt zijn gebedsleven en wat kunnen wij daarvan leren?
  • Paulus heeft ook een heel concreet gebed: ‘Moge God u geven … Moge uw hart … etc.’ Is dit gebed ook het onze? Strekken we ons uit naar datgene waar Paulus hier voor bidt?
  • In deze verzen zit de bekende trits geloof, hoop en liefde verborgen.
  • Paulus bidt dat we mogen zien ‘hóé rijk … hóé overweldigend …’ het allemaal is waaraan we dankzij Jezus Christus deel hebben. Heb jij daar enig zicht op?
  • Waarin zie/ervaar jij de overweldigend grote en krachtige werking van Gods macht?

Gebed
Een suggestie: zet het gebed van Paulus om in je eigen woorden.
En bidt met behulp van die woorden voor jezelf, onze gemeente en de mensen om je heen.


Donderdag 8 april

Efeziërs 1:9–14

Hij heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht dit mysterie onthuld: zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus. In Hem heeft God, die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt, ons de bestemming toebedeeld om vanaf het begin onze hoop te vestigen op Christus, tot eer van Gods grootheid. In Hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in Hem bent u, door uw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is als voorschot op onze erfenis, opdat allen die Hij zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Heb je een idee waarom Paulus van ‘een mysterie’ spreekt?
  • Wat Paulus hier aan de orde stelt is van het allergrootste belang voor de manier waarop je tegen de geschiedenis aankijkt en waarop je het verstrijken van de tijd beleeft. De bioloog Midas Dekkers zegt: ‘De aarde draait. Het leven leeft. En sterft. Het komt nergens vandaan en het gaat ook nergens heen. …’ Een ongelooflijk deprimerende kijk op het leven. Midas Dekkers kent helaas geen God ‘die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt’. Maar alles in de Bijbel zegt ons: Er is een God en die is met deze wereld begonnen en Hij zal plan met deze wereld voltooien en de naam Jezus Christus is de hele samenvatting van dit plan. We komen ergens vandaan en we gaan ergens naar toe, halleluja!
  • Bij deze verzen past heel goed wat in Filippenzen 2:9–11 te lezen staat.
  • Alles in het Nieuwe Testament spits zich toe op het moment dat Christus alles in allen is en dat alles onder zijn voeten gesteld is. Spitst alles in ons zich ook toe op dat moment?
  • Alles is tot eer van God: Soli Deo Gloria. Ons leven ook?

Uitgelicht

We zijn: ‘gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is als voorschot op onze erfenis, opdat allen die Hij zich heeft verworven verlost zullen worden’
Niet alleen hier, maar ook in 2 Korintiërs 1:22 en 5:5 wordt de heilige Geest een voorschot genoemd. Dat woord ‘voorschot’ (arraboon in het Grieks) is een term uit de handel. Nadat een deal gesloten is, wordt alvast een voorschot gegeven om de ander te verzekeren dat het overige, nog ontbrekende deel zeker volgen zal. Bij deze manier van spreken sluit aan dat Paulus de Geest in Romeinen 8:23 ‘een eerste gave’ noemt.
Ik denk dat het woord ‘voorschot’ een heel belangrijk woord is.
Er zitten in ieder geval twee kanten aan.
De eerste is: mensen, in principe zijn we binnen! We zijn schatrijk, want het voorschot hebben we al, dus de rest komt dus zeker (zie woensdag 7 april)! De gave van de Geest (dat is God zelf!) is er de krachtigste verzekering van dat Hij ons al het andere dat Hij beloofd heeft ook zal geven.
Tegelijk zit er een andere kant aan en die komt ook in het woord erfenis tot uiting. Zie voor dat woord erfenis ook Efeziërs 1:18, Kolossenzen 3:24 Hebreeën 9:15 en 1 Petrus 1:4. En Romeinen 8:16–17 mag je ook niet missen.
Je bent erfgenaam, dat wil zeggen, het staat zwart op wit dat de erfenis jou toekomt, maar … dat betekent niet dat je al vrij over de erfenis kunt beschikken. En je kunt de arraboon in je pocket hebben, maar het resterende deel moet je nog ontvangen. De totaalsom en de erfenis vallen je op een later tijdstip ten deel. En nu leef je in afwachting van dat moment. En dat betekent dat je enerzijds schatrijk bent en er anderzijds soms nog als een zwerver uit kunt zien.
Dat is het grote spanningsveld waarin een christen leeft, het spanningsveld tussen het ‘reeds’ en ‘nog niet’. Een Bijbelgedeelte waarin dit spanningsveld in al zijn hevigheid merkbaar wordt is Romeinen 8:14–30.
Een vraag: Sommige christenen benadrukken heel sterk het ‘reeds’ (alsof de hemel al op aarde is) en sommige christenen benadrukken juist het ‘nog niet’ (alsof er nog niets van de hemel op aarde is). Welke houding spreekt jou het meeste aan?

 


Woensdag 7 april

Efeziërs 1:4–8

In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor Hem heilig en zuiver te zijn, en Hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon. In Hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade die God ons in overvloed heeft geschonken.

Toelichting

In de komende verzen werkt Paulus uit waaraan we bij die geestelijke zegeningen waarmee we in de hemelsferen, in Christus gezegend zijn (zie :3), moeten denken.

Mogelijke aandachtspunten:

  • ‘In Christus’ …. ‘in Jezus Christus’ … ‘In Hem’ – wat betekenen die twee woorden? Wat betekenen ze voor jou?
  • Zijn we ons ervan bewust dat God te werk gaat volgens een eeuwig totaalplan, dat aangestuurd wordt door Zijn liefde? Wat doet het ons om daarvan deel uit te mogen maken? Of doet het jou meer dat Ajax kampioen wordt of zo?
  • God heeft een doel met ons. Hij heeft ons uitgekozen om … om … om. Komt God tot zijn doel met jou?

Gebed

Laat het maar even heerlijk in je zingen:
Geprezen zij God op zijn heilige troon
voor ‘t geen Hij ons gaf in zijn enige Zoon.
Die kwam als het Godslam en droeg onze schuld,
Die d’eis van Gods wet aan het kruis heeft vervuld.

Refrein
Prijst de Heer, prijst de Heer, alles zing’ nu zijn eer!
Stem en klank, stem en klank, juub’len luid onze dank!
Door ’t bloed van het Lam gaan wij vrij tot Gods troon;

Brengt daarom de glorie aan Vader en Zoon.

Een gedachte: Christus is in de hemel. Hij is als het ware het grootst denkbare kapitaal dat ons van onszelf doodarme mensen geheel en al toebehoort en tot schatrijke mensen maakt. En dat kapitaal staat op een bankrekening die van geen enkele crisis te lijden heeft! Zijn aanwezigheid in de hemel is er dus de garantie van, dat niets ons van God kan scheiden en dat uiteindelijk niets ons kan gebeuren. Wij zijn meer dan overwinnaars! (vergelijk Romeinen 8:31–39).


Dinsdag 6 april

Efeziërs 1:3

Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Paulus typeert God als ‘de Vader van onze Here Jezus Christus’. Weet je dat die typering ons tot de kern van het christelijk geloof brengt?
Paulus valt met de deur in huis: ‘Gezegend zij God!!’, d.w.z. ‘Geprezen zij God’. Hij zet meteen in op de hoogste toon. Ja, waar het hart vol van is, stroomt de mond van over. Of niet? Het zal vast zijn bedoeling zijn dat wij die hoge toon van hem overnemen ….

Maandag 5 april

Efeziërs 1:1–2

Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus. Aan de heiligen in Efeze, aan de gelovigen die één zijn in Christus Jezus. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van Jezus Christus, de Heer.

Mogelijke aandachtspunten:

  • Paulus begint met het afgeven van zijn visitekaartje. Wat heeft dat visitekaartje te betekenen voor de status van deze brief?
  • Paulus typeert zijn lezers (ons dus ook) als ‘heiligen’. Wat betekent dit volgens jou en voor jou?
Paulus is apostel, d.w.z. gezondene. Hij spreekt in opdracht van en namens God. En doet ons namens God de groeten. Geen ‘hoi’ of ‘goedemorgen’, maar ‘genade zij u en vrede’. Iets om even bij te stil te staan, om even in op te gaan: God de Vader en de Here Jezus Christus groeten mij met genade en vrede. Tjonge.

Doop en opdragen 7 maart 2010

Bekijk de foto's van het dopen en opdragen:

  • DSC_1021.jpg
  • DSC_1019.jpg


Opening bibliotheek

Bekijk de foto's van onze nieuwe bibliotheek:

  • DSC_0985.JPG
  • DSC_0983.JPG



Foto's van de doopdienst van 13 december 2009

Bekijk de foto's van de doopdienst.

  • DSC_0880.jpg
  • DSC_0887.jpg
  • DSC_0886.jpg
  • DSC_0884.jpg


Vacature Missionair Jeugdwerker

De gemeenten
van de Nederlands Gereformeerde Kerk
in Haarlem (Wilhelminakerk) en Heemstede (Petrakerk)
zoeken een enthousiaste
Missionair Jeugdwerker
voor 32 uur per week
om invulling te geven aan
zowel de missionaire taak als het jeugdwerk.





Verlicht door het kruis

Haarlem, 9 oktober 2009

Op DV maandagochtend 19 oktober a.s. zal op de voorgevel van de Wilhelminakerk, Gedempte Oude Gracht 61, een van achter verlicht houten kruis worden geplaatst. Het laat de kerk vooral in de avond en nacht een lichtpunt zijn in het centrum van de stad Haarlem. Het kruis zal op kerkelijke feestdagen ook met aangepaste kleuren verlicht worden.


Bevestiging ambtsdragers

Bekijk de foto's

  • DSC_0629.JPG
  • DSC_0628.JPG
  • DSC_0626.JPG
  • DSC_0624.JPG


Foto's van de doopdienst van 30 augustus 2009

De foto's van de doopdienst kunt u hier bekijken:

  • DSC_0553.JPG
  • DSC_0552.JPG
  • DSC_0551.JPG
  • DSC_0550.JPG



Foto's van de doopdienst van 10 mei 2009

De foto's van de doopdienst kunt u hier bekijken:

  • 10052009 - Doop Ben (45).JPG
  • 10052009 - Doop Ben (44).JPG
  • 10052009 - Doop Ben (43).JPG
  • 10052009 - Doop Ben (42).JPG



Besluit inzake PKN/vGKN/NGK
Lees hier meer over ons besluit inzake PKN/vGKN/NGK